De discussie over mobiliteit laat zich nog te veel beheersen door het “oude” denken. De creativiteit laat hier ver te wensen over.
De keuzes die mensen maken in het kader van mobiliteit hebben veel te maken met oud gedrag. Het positieve effect van een verkeersinfarct, ik heb er zelf vele uren i... Toon meer
De discussie over mobiliteit laat zich nog te veel beheersen door het “oude” denken. De creativiteit laat hier ver te wensen over.
De keuzes die mensen maken in het kader van mobiliteit hebben veel te maken met oud gedrag. Het positieve effect van een verkeersinfarct, ik heb er zelf vele uren in doorgebracht, is dat het ook kan leiden tot ander mobiliteitsgedrag. Als je door je eigen keuze veel ellende ondervindt pas je gedrag meenstal aan.
Als we het probleem echt willen veranderen moeten we meer "out of the box" nadenken over de vraag waarom en wanneer we mobiel willen zijn. Dit door zowel de werkgever als de werknemer.
Hele simpele vragen:
• Moet ik altijd van 8.30 tot 17.00 uur aanwezig zijn.
• Stuur ik binnen mij bedrijf op aanwezigheid van mijn medewerkers op of hun prestaties.
• Hoe flexibel kan ik het mobiliteit voor mijn medewerkers maken.
• Moet ik altijd met de auto of de trein of kan ik hier elke dag een eigen keuze in maken.
• Kan ik ook vanuit een andere plek het werk uitvoeren (thuis werken of digitaal vergaderen).
• . . . . .
Feitelijk zou elk bedrijf een eigen mobiliteitsplan moeten hebben en alle afspraken die veelal in Cao’s zijn vastgelegd ter discussie moeten stellen.
Belangrijk is natuurlijk dat er voldoende alternatieven zijn. En die zijn er volgens mij.
• De trein presteert beter dan de auto als het aankomt op betrouwbaarheid. 95% van de treinen rijdt op tijd of heeft minder dan 5 minuten vertraging. Mijn ervaring met de auto is dat dit niet gehaald kan worden. Helaas is de beeldvorming over de trein een negatieve. Ze verdienen beter.
• Er zijn steeds meer deelauto’s beschikbaar. De elektrische deelfietsen zulle binnenkort ook het straatbeeld verrijken. Hierdoor zijn mensen meer in staat om flexibele keuzes te maken.
• Nog belangrijker is het dat mensen op tijd de juiste informatie krijgen over de actuele status op het vervoersnet en de alternatieven die er zijn. Een echte mobiliteitsapp informeert tijdig iedereen met een mobieltje. Het apparaat heet niets voor niets zo.
Kortom er zijn een hoop alternatieven. Ook een hoop alternatieven waarbij veel verbeterd kan worden. De vraag is waar zet je je geld op in. Doe je dat vanuit het oude denken (meer asfalt). Of vanuit een visie op hoe mobiliteit over 10 jaar georganiseerd moet worden.
En natuurlijk weet dat dit niet voor iedereen kan. Als je in een winkel werkt, in de zorg werkt moet je op tijd aanwezig zijn. Maar ik ben er stellig van overtuigt dat er een hoop van de huidige file-gangers deze keuzes wel kunnen maken.
Deze file-gangers moeten het file probleem dan ook niet bij buiten zichzelf leggen, maar eigenaarschap tonen om de eigen mobiliteit aan te passen.
De discussie over mobiliteit laat zich nog te veel beheersen door het “oude” denken. De creativiteit laat hier ver te wensen over.
De keuzes die mensen maken in het kader van mobiliteit hebben veel te maken met oud gedrag. Het positieve effect van een verkeersinfarct, ik heb er zelf vele uren i... Toon meer
Sexting: het delen van seksueel getinte foto's en/of video's via de mobiele telefoon. Vaak wordt dit gedeeld via apps als Snapchat en Whatsapp, dit soms met grote gevolgen van dien.
Snapchat is het sexting-medium onder Nederlandse jongeren. Dit blijkt uit recent onderzoek onder jongeren van 12 tot 17 jaar in het kader van Safer Internet Day (7 februari). Maar liefst 76,1% van de naaktfoto’s of foto’s in ondergoed wordt verstuurd via dit medium. Ook WhatsApp (47,8%) en Facebook ... Toon meer
Snapchat is het sexting-medium onder Nederlandse jongeren. Dit blijkt uit recent onderzoek onder jongeren van 12 tot 17 jaar in het kader van Safer Internet Day (7 februari). Maar liefst 76,1% van de naaktfoto’s of foto’s in ondergoed wordt verstuurd via dit medium. Ook WhatsApp (47,8%) en Facebook (9%) zijn populair. Dat dit soort beelden het vaakst worden gepost op Snapchat is niet geheel verwonderlijk, want jongeren zien Snapchat als het meest persoonlijke sociale netwerk. Foto’s worden op Snapchat niet automatisch op internet opgeslagen, waardoor het medium onterecht veilig lijkt voor sexting. Meisjes doen iets vaker aan sexting dan jongens.
“Vooral onder jongeren in de leeftijd 12 tot 17 jaar kan sexting voor grote problemen zorgen,” zegt Marjolijn Bonthuis, Safer Internet Centre Nederland. “Dat Snapchat zo populair is, komt mede doordat de gebruikers denken dat hun foto of bericht binnen no-time verdwenen is. Uit Snapchat misschien, maar daarbij wordt vaak vergeten dat een screenshot snel gemaakt én verspreid is. Zo kan een pikante foto die je voor je vriend of vriendin maakte je nog jaren blijven achtervolgen”.
Bijna een kwart (23%) heeft wel eens een naaktfoto of foto in ondergoed ontvangen. Meisjes ontvangen vaker ‘sexts’ (24,5%) dan jongens (21,6%). Zij doen zelf ook vaker aan sexting: 7,1% van de meisjes tegenover 5,5% van de jongens tussen 12 en 17 jaar heeft wel eens een naaktfoto of foto in ondergoed naar iemand gestuurd.
Uit het onderzoek dat de Universiteit van Amsterdam in opdracht van Kliksafe uitvoerde blijkt dat ouders veruit de belangrijkste informatiebron (77,2%) voor jongeren zijn als het gaat om online risico’s. “Als er thuis veel over het onderwerp wordt gesproken, werkt dat risico-verlagend,” zegt Bert Jan Peters, directeur van Kliksafe. “Hierbij blijken vragend en belangstellend informeren (“Vertel eens…”) en een wederzijds gesprek (samen afspraken maken) aanmerkelijk beter te werken dan eenrichtingsverkeer (met opdrachten en preken) en onderhandelen (“Als jij dit doet, mag je dat”)”. De meerderheid van de ouders kiest voor de constructieve eerste twee manieren van communiceren.
In Nederland bespreekt 93% van de ouders het internetgedrag van hun kind(eren) en 65,1% heeft het specifiek over sexting. Na roken geven ouders over dit onderwerp de meeste voorlichting.
De bewustwording van het risico op verspreiding van ‘sexts’ is aanzienlijk toegenomen. Uit de nieuwe cijfers blijkt dat 9 op de 10 jongeren verwacht dat de beelden verder verspreid worden, terwijl 64% dat zeker weet. Vorig jaar wist slechts 10% dit zeker.
Volgens driekwart van de jongeren (74,5%) sturen leeftijdsgenoten seksueel getinte foto’s vooral door naar anderen om zelf cooler of populairder te lijken. Maar ruim de helft van de jongeren (52,2%) vindt leeftijdsgenoten die aan sexting doen dom. Tegelijkertijd is het niet zo dat een jongere van wie een pikante foto circuleert altijd wordt verstoten door zijn of haar vrienden. In tegendeel, jongeren steunen elkaar. Bijna 7 op de 10 jongeren geeft aan dat hun vrienden op hun steun kunnen rekenen als er een naaktfoto van hen op internet zou circuleren.
Op 7 februari 2017 is het Safer Internet Day. Op deze jaarlijks terugkerende dag wordt in meer dan 100 landen wereldwijd aandacht gevraagd voor veilig internetgebruik door jongeren. In het kader van deze dag zijn twee onderzoeken uitgevoerd. Het onderzoek ‘Jongeren en online-veiligheid. Over risicovol mediagebruik en de rol van ouders’ (onder 1.252 jongeren tussen 12 en 17 jaar) is een initiatief van Kliksafe (in samenwerking met dr. Annemarie van Oosten van de Universiteit van Amsterdam). Het onderzoek ‘Safer Internet Day 2017: Sexting onderzocht’ (onder 1.019 jongeren van 12 tot en met 17 jaar – en 1.088 ouders) geeft een beeld van hoe jongeren en ouders over sexting denken. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Safer Internet Centre Nederland, onderdeel van ECP | Platform voor de Informatiesamenleving.
Snapchat is het sexting-medium onder Nederlandse jongeren. Dit blijkt uit recent onderzoek onder jongeren van 12 tot 17 jaar in het kader van Safer Internet Day (7 februari). Maar liefst 76,1% van de naaktfoto’s of foto’s in ondergoed wordt verstuurd via dit medium. Ook WhatsApp (47,8%) en Facebook ... Toon meer
Kankermedicijnen zouden stukken goedkoper zijn wanneer de medische wereld loskomt van de farmaceutische industrie. Dat stelt een groep experts. „Dit kan zo niet doorgaan. De grote golf van dure medicijnen komt er nog aan”, zegt oncologisch onderzoeker René Bernards van het Antoni van Leeuwenhoek Zie... Toon meer
Kankermedicijnen zouden stukken goedkoper zijn wanneer de medische wereld loskomt van de farmaceutische industrie. Dat stelt een groep experts. „Dit kan zo niet doorgaan. De grote golf van dure medicijnen komt er nog aan”, zegt oncologisch onderzoeker René Bernards van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis tegen de NOS.
„De meeste medicijnen die vandaag de dag op de markt komen, kosten ruim 100.000 euro per patiënt per jaar”, aldus Bernards. Dat terwijl de middelen waarvan het patent verlopen is, en waarvoor er dus niet naar nieuwe toepassingen hoeft te worden gezocht, vaak niet meer dan 2000 euro per patiënt per jaar kosten. Ofwel: 50 keer goedkoper.
Volgens Bernards kan die winst gehaald worden door medicijnen niet meer te laten ontwikkelen door farmaceutische reuzen, maar de ontwikkeling juist in eigen hand te houden en te laten produceren door bedrijven van patentvrije medicijnen.
Kankerzorg zou volgens Bernards onbetaalbaar worden, wanneer de kosten niet omlaag gaan. „Zelfs voor een rijk land als Nederland.” Zo verdubbelden de medicijnenkosten van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis de afgelopen drie jaar naar 55 miljoen euro in 2016.
Bernards stelt dat veel medicijnen ontdekt worden in onderzoeksinstituten die gefinancierd worden vanuit de overheid of door liefdadigheidsorganisaties als KWF Kankerbestrijding. „Heel veel van het vroege onderzoek wordt zo gefinancierd”, vertelt hij aan de NOS. „En als die ontdekkingen gedaan zijn, gaat de farmaceutische industrie ermee aan de haal om er vervolgens enorme bedragen voor te rekenen.”
Farmaceuten zouden het liefst een middel hebben dat elke vorm van kanker bestrijdt, volgens Bernards. „Zo'n middel bestaat natuurlijk niet. Maar dan hopen ze dat er een middel is dat voor bijvoorbeeld alle vormen van longkanker werkt. Dan heb je wat ze noemen een 'blockbuster', waarmee je miljarden kan verdienen.”
Ook stelt Bernards dat medicijnen onnodig op veel patiënten getest worden en soms in de ontwikkelfase onterecht sneuvelen, omdat ze in hun eentje niet effectief genoeg zijn. Hij stelt dat deze medicijnen wel effectief zouden kunnen zijn wanneer er combinaties worden bedacht.
Een andere manier om de kosten te drukken die Bernards noemt is door medicijnen waarvan het patent is verlopen, verder te ontwikkelen zodat ze voor andere toepassingen gebruikt kunnen worden.
Om dat te laten slagen, is het van belang dat kankerexperts meer samenwerken. „Wij kunnen het anders en goedkoper doen en daarom moeten we de handen ineenslaan. Dat vraagt de maatschappij van ons”, zegt hij tegen de omroep. Hij geeft echter aan dat wetenschappers farmaceuten nog wel nodig hebben. „Maar ze moeten zich wel realiseren dat ze het te bont hebben gemaakt.”
Kankermedicijnen zouden stukken goedkoper zijn wanneer de medische wereld loskomt van de farmaceutische industrie. Dat stelt een groep experts. „Dit kan zo niet doorgaan. De grote golf van dure medicijnen komt er nog aan”, zegt oncologisch onderzoeker René Bernards van het Antoni van Leeuwenhoek Zie... Toon meer